Serie: junior onderzoekers aan het woord

Drie junior onderzoekers ondersteunen de auteurs van het boekproject Verhaal van Gelderland. Eén van hen is cultuurhistoricus Veerle Driessen. Voor haar onderzoek houdt ze zich bezig met het Gelderland van de zeventiende en achttiende eeuw. Hieronder legt zij uit wat dat inhoudt, wat haar aanspreekt en hoe zij te werk gaat.

Waar doe je onderzoek naar voor Verhaal van Gelderland?

“Ik ben als junior onderzoeker bezig met onderzoek naar cultuur, religie en economie in Gelre in de zeventiende en achttiende eeuw. Dit is natuurlijk een enorm breed onderzoek en er zijn dan ook een aantal specifieke onderwerpen, personen en ontwikkelingen waar ik meer aandacht aan wil besteden, zoals de protestantse dichter Willem Sluiter of de Vrede van Nijmegen.”

Waarom spreekt juist dit onderdeel van het Verhaal van Gelderland jou aan?

“Een groot deel van mijn studie geschiedenis was gericht op de vroegmoderne cultuurgeschiedenis. Ik mag mij nu als junior onderzoeker bezighouden met deze periode die mij altijd al heeft geboeid, maar ook met specifieke thema’s die mij sterk interesseren. In mijn gehele studietijd was de cultuur van het vroegmoderne hof een van de onderwerpen die steeds bleven terugkomen. De positie van de adel in Gelderland is daarom dus ook een van de zaken die ik erg interessant vind.”

Hoe ga je te werk?

“Met mijn literatuuronderzoek ondersteun ik drie auteurs die ieder één eeuw voor hun rekening nemen: de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw. Het zwaartepunt van mijn onderzoek ligt hierbij op de laatste twee eeuwen. Ik schrijf drie rapporten die steeds de periode van ongeveer 1550 tot 1795 bestrijken. Het eerste rapport gaat over de Gelderse religiegeschiedenis, het tweede over economische geschiedenis en in het laatste rapport bekijk ik de cultuurgeschiedenis van Gelderland. Ik zorg steeds voor een basis waarin de belangrijkste gebeurtenissen en ontwikkelingen van deze periode worden beschreven. Daarnaast zoek ik dan naar de belangrijkste casussen, personen en voorbeelden om de meest opvallende en interessante ontwikkelingen uit de Gelderse geschiedenis nog meer uit te lichten.”

Kun je iets vertellen over de status van je onderzoek; wat heeft het tot nu toe opgeleverd, waar ben je nu mee bezig?

“Op het moment ben ik mijn eerste rapport over de religiegeschiedenis van Gelderland aan het afronden. Zo kunnen de auteurs die het Verhaal van Gelderland schrijven straks precies zien wat de belangrijkste ontwikkelingen op religieus gebied waren in Gelderland. Het is natuurlijk onmogelijk de geschiedenis echt in te delen in compleet afgebakende onderwerpen, dus met ieder volgend rapport komt er weer informatie bij die ook de religieuze situatie in Gelderland in de vroegmoderne tijd beïnvloedde. De confessiekeuze van de Gelderse adel heeft bijvoorbeeld ook invloed gehad op de economische positie van veel families.”

Heb je een interessant/leuk/grappig weetje voor de lezers over jouw deelonderzoek? Wat vond je opvallend?

“Als je schrijft aan een algemene geschiedenis van Gelderland, gericht op religie, economie of cultuur, kijk je natuurlijk allereerst naar grote ontwikkelingen. Echter, wat ik echt interessant vind, is te zoeken naar de verhalen van individuen die de algemene beschrijvingen meer diepte en kleur kunnen geven. Een goed voorbeeld voor mij is Willemken van Wanray. Zelf kende ik deze remonstrantse weduwe nog niet, maar de verhalen over hoe zij geloofsvervolging moest doorstaan in 1619 en 1622, maar hoe zij weigerde van geloof te veranderen, laten voor mij zien hoe religie in de zeventiende eeuw een heel belangrijke rol in het leven van individuen kon spelen. Van Wanray schreef zelf haar ervaringen op voor haar nakomelingen en deze vormen een prachtige bron voor historisch onderzoek naar religieuze vervolgingen en persoonlijke religieuze ervaringen van inwoners van Gelderland in de zeventiende eeuw.”