Toolkit ‘Samen met het azc’ | Informatie over bewoners van het azc
Wie met bewoners van het azc wil samenwerken, krijgt vaak te maken met vragen over de asielprocedure en taal. Hoe zit de opvang in elkaar? En hoe ga je om met taalverschillen? Op deze pagina vind je nuttige informatie over bewoners in asielzoekerscentra.
Erfgoed Gelderland heeft met verschillende leden gesproken over hun wensen en ervaringen in de samenwerking met asielzoekerscentra. Tijdens deze gesprekken bleek dat veel organisaties met vergelijkbare vragen zitten. Vooral onderwerpen rond de asielopvang, de asielprocedure en taal komen vaak voor. Op deze pagina geven we daarom toegankelijke achtergrondinformatie. Zo helpen we erfgoedorganisaties om met meer vertrouwen en begrip samen te werken met bewoners van het azc als bezoeker of vrijwilliger.
Leven in een azc
Mensen die asiel aanvragen in Nederland wonen tijdens de behandeling van hun aanvraag meestal in een asielzoekerscentrum (azc). In een azc wordt voorzien in de basisbehoeften van bewoners, zoals onderdak, eten en begeleiding. Bewoners ontvangen daarnaast leefgeld voor persoonlijke uitgaven. Voor een alleenstaande volwassene is dit gemiddeld ongeveer €14,78 per week. Veel bewoners van een azc hebben daardoor weinig vrij besteedbaar budget.
Landelijk gezien is een groot deel van de bewoners van azc’s tussen de 18 en 40 jaar oud. Ongeveer 30 tot 35 procent is jonger dan 18 jaar. Kinderen die in een azc wonen zijn leerplichtig en gaan dus naar school. Ongeveer 60 tot 65 procent van de bewoners is man en 35 tot 40 procent is vrouw.
De periode in een azc is voor veel bewoners een tijd van wachten en onzekerheid. Zij wachten op een beslissing over hun asielaanvraag of, wanneer zij een verblijfsvergunning hebben gekregen, op een woning in een gemeente. Door achterstanden kan de behandeling van een asielaanvraag negen tot achttien maanden of langer duren. Mensen weten vaak niet hoe lang zij in een azc zullen blijven. Het komt ook voor dat bewoners tijdens deze periode worden overgeplaatst naar een ander azc, soms aan de andere kant van het land. Wanneer een vluchteling een (tijdelijke) verblijfsvergunning heeft is deze een statushouder. Statushouders hebben recht op een woning maar blijven door het woningtekort regelmatig langer in een azc wonen.
Via de locatiezoeker van het COA is te zien waar azc’s zich bevinden en hoeveel opvangplaatsen er zijn. Soms staat er ook informatie over het type opvang, bijvoorbeeld voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Meer informatie is te vinden via: https://www.coa.nl/nl/locatiezoeker Voor specifieke vragen, bijvoorbeeld over de samenstelling van bewoners op een bepaalde locatie, kan contact worden opgenomen met het betreffende azc. De contactgegevens staan eveneens in de locatiezoeker.
Taal en herkomst
De taalbeheersing van asielzoekers en statushouders loopt sterk uiteen. Sommigen spreken al wat Nederlands, terwijl anderen vooral een andere taal spreken of nog weinig kennis van het Nederlands hebben. Activiteiten kunnen daarom het beste in eenvoudig Nederlands (A1 of A2) met visuele ondersteuning worden aangeboden, zodat zoveel mogelijk mensen kunnen deelnemen. Een taalbarrière kan lastig zijn, maar er zijn veel creatieve oplossingen te bedenken. Denk bijvoorbeeld aan vertaalapps of manieren om zonder taal te communiceren.
Goed om te weten: gemeenten verzorgen de inburgering van mensen die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Ter voorbereiding op deze inburgering biedt het azc een optioneel programma aan voor statushouders, bestaande uit NT2-taallessen, Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM), en IntroMAP (Introductie Module Arbeidsparticipatie). Dit programma helpt bewoners van het azc alvast enige basiskennis en taalvaardigheid op te doen, waardoor ze makkelijker kunnen deelnemen aan activiteiten.
Veelvoorkomende landen van herkomst zijn Syrië, Eritrea, Afghanistan, Jemen, Iran en Turkije. Veel mensen die in een azc wonen spreken daarom talen zoals Arabisch, Tigrinya, Dari of Farsi, Pashto en Turks. Daarnaast spreken sommige mensen ook Koerdisch of andere regionale talen. Ook wordt door veel bewoners Engels gesproken, al lopen de taalniveaus sterk uiteen.
Heb ik een tolk nodig?
In de meeste gevallen is een tolk niet nodig. Veel activiteiten kunnen prima worden begeleid in eenvoudig Nederlands, eventueel ondersteund met gebaren, afbeeldingen of voordoen. Activiteiten waarbij deelnemers vooral samen iets doen of beleven zoals koken, muziek maken, fotograferen of creatieve workshops maken taal vaak minder belangrijk en stimuleren contact op een andere manier. Wanneer er gevoelige onderwerpen worden besproken of wanneer duidelijke uitleg belangrijk is, kan het wel verstandig zijn om een tolk in te schakelen. Informeer in dat geval bij het azc of er vrijwilligers beschikbaar zijn die kunnen tolken. Ook kun je samenwerken met organisaties die professionele tolken aanbieden, zoals Global Talk.
Locaties van azc’s
Het aantal vluchtelingen in Gelderland wordt geschat op ongeveer 10.500. Deze mensen wonen verspreid over 33 opvanglocaties. Op de website van het COA vind je het meest recente overzicht van opvanglocaties bij jou in de buurt.
