Dit project brengt een tot nu toe vrijwel onzichtbaar gebleven grote groep kinderen in beeld: pleegkinderen die in de periode 1920–1940 bij gezinnen in Zelhem en Halle werden ondergebracht. Over hun aantal, herkomst en leefomstandigheden was nauwelijks historisch onderzoek verricht. Juist omdat deze kinderen zelf geen stem hadden en toezicht en verslaglegging gebrekkig waren, is hun geschiedenis grotendeels buiten beeld gebleven. Was het medemenselijkheid en goed willen doen of was er een andere reden voor het hoge aantal pleegkinderen in Zelhem?
Bij het selecteren van klassenfoto’s voor de website van Oudzelhem.nl viel het Ellie Somsen-Lieverdink op dat er veel kinderen met een van oorsprong niet-Zelhemse achternaam in de klassen zaten. Amateurhistoricus en redactielid van Um Zellem Jan Oonk is dit met haar gaan uitzoeken. Deze aanpak laat zien hoe lokale erfgoedverenigingen met beperkte middelen en op basis van vrijwilligerswerk verborgen sociale geschiedenis zichtbaar kunnen maken. Door te vertrekken vanuit lokaal beeldmateriaal en dit systematisch te verbinden met archieven en (lokale) literatuur, ontstaat een werkwijze die ook voor andere erfgoedinitiatieven navolgbaar is. De bronnen laten daarbij een grote variatie aan ervaringen zien: van pleeggezinnen waar kinderen als volwaardig gezinslid opgroeiden tot situaties van structurele verwaarlozing. Juist deze verschillen onderstrepen de kwetsbare positie van pleegkinderen en maken dit onderbelichte verhaal historisch en maatschappelijk relevant.
De ouders konden niet meer voor hun kinderen zorgen door armoede en/of gezinsproblemen van velerlei aard. De kinderen vielen onder toezicht van de Kinderbescherming, die in 1905 was opgericht, en de rechter. Nadat ze eerst in kindertehuizen waren ondergebracht om een acute situatie op te lossen, moest er daarna een meer structurele oplossing gevonden worden. De tehuizen hadden elk hun eigen netwerk van instanties met wie ze samenwerkten. Nederland was in die tijd nog sterk verzuild. In Zelhem en Halle was een streng christelijke stroming en een meer vrijzinnige. Sommige toezichthouders, ‘voogden’, hadden wel dertig kinderen onder hun vleugels! Hier rijst de vraag hoe zij een zorgvuldige controle op de families konden uitoefenen. Er was geen deskundig toezicht. Sommige kinderen hebben het goed gehad, anderen hebben door verwaarlozing en psychisch lijden een slechte of traumatische jeugd gehad.
Hoe maakt dit project verborgen verhalen zichtbaar?
In Um Zellem, het ledenblad van de Oudheidkundige Vereniging Salehem, besteden we aandacht aan dit onderwerp in editie 27, dat eind augustus 2026 verschijnt. Dit kwartaalblad heeft een oplage van ruim 850 exemplaren. Daarnaast wordt via persberichten en lokale media aandacht besteed aan het onderwerp.
In samenhang met Streekmuseum Smedekinck worden mogelijkheden verkend voor publieksactiviteiten, zoals een tijdelijke expositie en/of lezing. Oudheidkundige Vereniging Salehem en Stichting Museum Smedekinck zijn beide ondergebracht bij de Stichting Zelhems Erfgoed, gevestigd aan de Pluimersdijk 5 te Zelhem. De redactie van Um Zellem heeft overleg gevoerd met de museumcommissie van Streekmuseum Smedekinck over de publieksuitwerking van het onderzoek. Daarbij is afgesproken dat het thema ´Hoe konden er zo veel pleegkinderen in Zelhem zijn?´ een plaats zal krijgen binnen de programmering van het museum. Het onderzoek vormt de inhoudelijke basis voor een tentoonstelling die in 2027 in Streekmuseum Smedekinck zal worden ingericht. Deze presentatie brengt het verhaal van minstens 120 pleegkinderen in beeld, tegen de achtergrond van armoede, crisisjaren en verzuiling in de Achterhoek.
Klassenfoto’s, archiefmateriaal en – waar mogelijk – individuele levensverhalen (met toestemming van familie) geven bezoekers inzicht in hun herkomst, verblijf in Zelhem en Halle en hun verdere levensloop. Het museum beschikt over passend materiaal, waaronder kinderspeelgoed en kleding uit de betreffende periode, waardoor het verhaal ook ruimtelijk en visueel kan worden beleefd. Rond de tentoonstelling zal een publieksactiviteit, zoals een lezing of gesprek, worden georganiseerd. De eerste voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels in gang gezet. Op deze manier krijgt het onderzoek een duurzame en voor een breed publiek toegankelijke vorm binnen de regio.
Waarom maakt dit project kans op de Gelderse Roos Prijs 2026?
Het onderzoek kwam op gang vanuit ogenschijnlijk alledaags materiaal: oude klassenfoto’s. Bij het digitaliseren en selecteren van beeldmateriaal voor OudZelhem.nl viel op dat veel kinderen niet-Zelhemse achternamen droegen. Vanuit deze observatie is systematisch onderzoek verricht door vrijwilligers, waarbij beeldmateriaal, archiefgegevens en (lokale) literatuur met elkaar zijn verbonden. Deze werkwijze – van visuele observatie naar historisch patroon – is laagdrempelig en navolgbaar voor andere lokale erfgoedinitiatieven. Het project laat zien hoe armoede, maatschappelijke en religieuze zuilen en gebrekkig toezicht in het begin van de twintigste eeuw ingrepen in het leven van kwetsbare kinderen. Daarmee nodigt het artikel niet alleen uit tot historische kennis, maar ook tot reflectie op zorg, verantwoordelijkheid en toezicht – thema’s die ook in de huidige samenleving actueel blijven. Het project is tot stand gekomen in samenwerking tussen redactieleden van Um Zellem, Stichting Oud Zelhem en betrokken vrijwilligers, waarbij onderzoek, publieksontsluiting en lokale kennis samenkomen.
Samenwerkingspartners: Stichting Oud Zelhem heeft veel klassenfoto’s met de namen erbij op haar website staan. Dit is het werk van Ellie Somsen-Lieverdink. Ze heeft veel kennis van Zelhem en haar inwoners. Het archief met foto’s van o.a. de Chr. Looschool in Zelhem ligt bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (Ecal) te Doetinchem opgeslagen, waar ook onderzoek wordt gedaan.
