Defensiehaven Arnhem

In opdracht van de gemeente Arnhem interviewt Erfgoed Gelderland ooggetuigen over de Defensiehaven in Arnhem. De haven is één van de overblijfselen van de IJssellinie. Het bestaan van de IJssellinie werd tot haar opheffing in 1964 en daarna zo veel mogelijk geheim gehouden. (Persoonlijke) verhalen over de linie zijn daarom schaars. Dit oral history project legt de verhalen die er nog zijn vast voor heden en toekomst.

Naar verwachting start de gemeente Arnhem in 2021 me het uitbaggeren van de Defensiehaven. De verhalen van ooggetuigen bieden context aan de baggerwerkzaamheden. Erfgoed Gelderland verzamelt deze verhalen door middel van oral history interviews. Een deel van de interviews wordt verwerkt tot een korte documentaire. De documentaire informeert inwoners van Arnhem op een laagdrempelige manier over de baggerwerkzaamheden en de historische waarde van de haven. De verhalen die niet in de documentaire terecht komen, worden gepubliceerd in een special over de Koude Oorlog op mijnGelderland.nl.

Over de Defensiehaven
In de kromming van de Rijn bij Arnhem, ter hoogte van Meinerswijk, ligt een mysterieuze haven: de Defensiehaven. De Defensiehaven wordt vlak na de Tweede Wereldoorlog aangelegd als onderdeel van de IJssellinie. De IJssellinie moet Nederland verdedigen tegen een mogelijke aanval van de Sovjet Unie. Om ervoor te zorgen dat de linie goed werkt, wordt er geoefend. Mannen van de Genie en Pontonniers zijn dag en nacht in de weer op de Defensiehaven. Alle oefeningen zijn uiterst geheim. Enerzijds om de plannen weg te houden bij de Russen. Anderzijds om de bevolking niet ongerust te maken. Uiteindelijk wordt de Defensiehaven in Arnhem nooit helemaal in gebruik genomen. Maar wat zouden de gevolgen zijn geweest als de plannen wel in werking waren gezet? Als West-Duitsland zich bij de geallieerden aansluit, verliest de IJssellinie zijn functie als laatste verdedigingslijn. De linie verschuift naar het oosten. Uiteindelijk wordt de Defensiehaven ontmanteld.

foto: Foto uit het album van geïnterviewde Hans Krol, ca. 1960