Interview – Sporen van Slavernijverleden bieden ander perspectief – in gesprek met Else Gootjes

Afbeelding: Portret van Anna Margaretha van Isendoorn-van Renesse met zwarte jonge bediende; hiernaar wordt nog onderzoek gedaan (Geldersch Landschap & Kasteelen, Kasteel Cannenburch)

Samen met een groep historici, betrokkenen uit de Caribische gemeenschap in Gelderland, mapping slavery.nl en de Radboud Universiteit is collega Else Gootjes sinds een half jaar bezig verhalen in kaart te brengen die sporen van slavernij- en koloniaal verleden in Gelderland blootleggen. Nu met de acties rond Black Lives Matter is dit thema actueler dan ooit. Reden om met Else in gesprek te gaan over hoe het idee is ontstaan en hoe het te plaatsen is in de maatschappelijke ontwikkelingen.

Hoe is dit project ontstaan?
“Op al veel plaatsen in Nederland werd onderzoek gedaan naar sporen van slavernijverleden door verhalen te verzamelen en te vertellen over collectiestukken, mensen, locaties en gebeurtenissen die verband houden met dit thema, onder andere in Amsterdam, Groningen, Haarlem, Utrecht en Middelburg. In 2016 werd een bustoer georganiseerd over Quaco, die onder andere langs enkele Gelderse kastelen ging. We realiseerden ons dat er ook in Gelderland zoveel verhalen zijn die gerelateerd kunnen worden aan het slavernijverleden én koloniaal verleden. Dat blijkt wel uit de Gelderse namen van plantages in de toenmalige kolonie Suriname, zoals: plantage Gelderland, plantage Beekhuizen en plantage Arnhem. Of een aantal Gelderse burgemeesters en statenleden, die in de 18de en 19de eeuw slaven- en plantage eigenaren waren, zowel in ‘de West’ als in ‘de Oost’. Na een traject van fondsen werven zijn we in januari 2020 officieel begonnen met het project Sporen van Slavernijverleden in Gelderland en daarmee met het verzamelen en publiceren van deze sporen.”

Hoe zie je het project in relatie tot de actuele maatschappelijke ontwikkelingen?
‘Racisme in Nederland komt deels voort uit een lang verleden van kolonialisme en slavernij. Dit gedeelde verleden is veel dichterbij dan we vaak denken. Soms opvallend, soms ook heel onopvallend. Daar willen we een context voor bieden. Ook Gelderse musea met collectiestukken die het slavernijverleden weerspiegelen, worstelen vaak met hoe daar nu mee om te gaan: wat vertellen we aan de bezoeker, hoe kunnen we de koloniale geschiedenis weergeven en vanuit andere perspectieven belichten?”

Kun je een voorbeeld geven?
“Er zijn veel voorbeelden, maar om er één te noemen: in Kasteel Cannenburch hangen twee schilderijen met daarop zwarte jongens, bedienden van de voormalige bewoners van het kasteel. Bezoekers stellen kritische vragen over de portretten. De beheerder, Geldersch Landschap en Kasteelen, wil daarom verder onderzoek doen naar het verhaal achter de schilderijen en dan niet vanuit de kasteeleigenaren gezien, maar vanuit de jongens: wie waren zij, is er over hen nog iets te vinden in de archieven? Vanuit het project dragen wij daar een steentje aan bij.”

Kun je zeggen dat er ook vanuit het publiek een roep is om meer kennis op te doen?
“Er is zeker ook een behoefte bij het publiek te bespeuren om de context beter te begrijpen. Zij doen beroep op erfgoedorganisaties om uitleg te geven bij objecten of schilderijen uit de koloniale periode en organisaties staan er meer voor open. Denk ook aan de kreet: ‘educate yourself’, die je nu bij de demonstraties hoort. Met andere woorden: neem andere informatie tot je, zodat je, met kennis van het verleden het heden beter begrijpt. Dat sluit aan wat we met dit project willen bereiken: de achterliggende verhalen zichtbaar maken die nu nog nauwelijks in de geschiedenisboeken voorkomen en daarmee waarde toevoegen aan het huidige perspectief.”

Zo’n verhaal achter een collectiestuk spreekt tot de verbeelding. Hoe doe je dat met verhalen uit overlevering?
“Sporen van het slavernijverleden zijn op veel plaatsen en in veel vormen te vinden. Dus ook in de vorm van persoonlijke verhalen. Deze dragen zeker ook bij aan begripsvorming. Zo verzamelen we hedendaagse, persoonlijke verhalen van nazaten. Ook gaan we op zoek in archieven naar persoonlijke geschiedenissen. Recent schreef ik met Dineke Stam en Ineke Mok een verhaal over ‘swartin’ Anna van Vossenburg. Anna zet ons op een spoor van slavernijverleden in Arnhem in de 18de eeuw. Anna is in haar jeugd met geweld, uitbuiting, dwangarbeid en dood geconfronteerd vanwege haar afkomst en huidskleur. We publiceren deze verhalen op mijnGelderland en willen aan het einde van het project een publicatie uitbrengen.

Concluderend kun je dus zeggen dat je met erfgoed kunt bijdragen aan de maatschappelijke discussie?
“In alle bescheidenheid en met besef van je eigen positie wel. Het dwingt om objecten en verhalen waarbij jij of de ander ongemak ervaart, bespreekbaar te maken. En er is zoveel over dit onderwerp te lezen en te leren!  We geven binnen het project op aanvraag trainingen en workshops waarin de historische kant wordt belicht, persoonlijke verhalen naar boven komen én we in gesprek gaan over woordgebruik, want woorden doen er zeker toe. Kijk bijvoorbeeld als erfgoedorganisatie eens naar deze ‘alternatieve’ tijdvakken via The Black Archives of lees de online publicatie Words matter. Er ligt echt een taak bij erfgoedorganisaties om hiermee aan de slag te gaan en ook mensen te betrekken die persoonlijk verbonden te zijn aan deze gedeelde geschiedenis.”

Meer over het project
Doel van het project is het zichtbaar maken en behouden van Gelderse sporen van het slavernijverleden. We richten ons op de periode van Nederlandse kolonisatie wereldwijd.  Erfgoed Gelderland heeft een initiërende en faciliterende rol en zorgt voor het betrekken van samenwerkingspartners en coöperatieleden. Het project bestaat uit verschillende onderdelen: onderzoek naar sporen met het terugkerende Spoor van de Maand, interviews en genealogie, trainingen en workshops, publicaties en danstheater. Lees meer.