Blog: Hoe beschrijf je een sleutelgewest? Door: Ronald de Graaf

Auteurs en redacteuren, die nu werken aan de publicatie Verhaal van Gelderland, nemen u graag mee in hun belevenissen met hun blogs. Hieronder de blog van Ronald de Graaf.

Blog: Hoe beschrijf je een sleutelgewest? Door: Ronald de Graaf

‘Mijn tijd’ is die van 1591-1702, dat is van, zoals men zei, het ‘sluiten van de tuin der Nederlanden’ door de verovering van Nijmegen tot aan het overlijden van prins Willem III in Londen. Ik wil hier beschrijven hoe het mij als auteur is vergaan.

Eerst maar iets over de inhoud van mijn hoofdstuk. Zoals ik in mijn lezing afgelopen zomer betoogde was Gelderland het sleutelgewest van de Republiek, omdat hier via de grote rivieren de handelsschepen in- en uitvoeren en omdat hier via diezelfde rivieren in de oorlogvoering goed aangevallen en verdedigd kon worden. Omdat er tussen 1591 en 1702 heel veel gevochten werd, neemt de oorlogvoering veel ruimte in. Ik mag wel zeggen dat dat mij dat goed afgaat, het beschrijven van al dat krijgsgeweld. Ik ben erop gepromoveerd, mijn vader was bij de luchtmacht en mijn opa was marinier, dus dan weet je het wel.

Maar er gebeurde zoveel meer in die ruim 110 jaar. Ik ontdekte een ‘Wirtschafswunder’ in de landbouw, ik zag hoe de kloosters nog altijd grond en huizen in bezit hielden, dat zich veel schuim onder de eerste lichting predikanten bevond, hoe Nijmegen de universiteit van Harderwijk wilde aftroggelen (ik overdrijf in deze blog wel een beetje), ik ontmoette in New York twee belangrijke Geldersen, in 1650 werd iedere Gelderse boerderij beschreven en zo kan ik wel doorgaan.

Schrijfproces
Allemaal dingen die ik niet wist, toen ik eraan begon. Dat brengt mij bij het schrijfproces. Ik kreeg goede tips van Gelderse historici, zoals van Henri Smeets over de Fossa Eugeniana en van Rob de Redelijkheid over Josias Olmius. Soms zie je lokaal meer wat het belang van iets is en daarom is het contact met de historische verenigingen belangrijk. Ik werd ook naar aanleiding van mijn lezing terecht vermaand over het juiste gebruik van de naam ‘De Liemers’. Toch is, vind ik, zo’n hoofdstuk in je eentje schrijven een zware bevalling, zeker als het gaat om voor mij onbekendere onderwerpen.

Ik heb enkele malen de redactie om hulp gevraag. Als Frank Keverling Buisman niet te hulp was gekomen, had ik mij met name bij de organisatie van het bestuur eigenlijk niet goed raad geweten. Ik sta ook versteld wat Maarten Gubbels weet over belangrijke publicaties, die ik zelf niet zou hebben gevonden. De reden dat ik dit ‘opbiecht’ is dat het schrijfwerk in mijn geval meer een groepswerk is, dan je straks, als het boek uit is, wellicht zou denken. Dat geldt ten slotte vooral voor de bijdrage van Ingrid Jacobs. Zij doet de beeldresearch van alle vier de boeken en gaat gemiddeld voor iedere pagina een afbeelding zoeken.

‘Kortegaard’
Geen geringe klus, want het betreft in mijn tijd 140 afbeeldingen. Over die oorlog en die Rijnoversteek in 1672 lukt wel en dominee Fontanus gaat ook lukken, maar waar vind je een leuk, interessant, niet geposeerd of afstandelijk plaatje van een bosarbeider in het Nederrijkswald, een hopteler uit Ammerzoden, een Veluwse bierbrouwer en een papiermolenaar of een Nijkerkse tabaksteler? Dat is een uitdaging, maar het maakt het hoofdstuk als het lukt, ook extra bijzonder! Dat onbekende beeld, dat is nog even iets, waarvan wij in afwachting zijn. Om even open als zakelijk af te sluiten: tips zijn welkom. En Ingrid kwam te weten wat een ‘kortegaard’ is.

Foto: [SK-A-3024, schilderij, Anthonie Palamedesz., 1647, Rijksmuseum, Amsterdam] Kortegaard: wachtlokaal met soldaten. Staande tussen zijn manschappen deelt een officier bevelen uit. Rechts een soldaat met een vaandel en trom, daarnaast een man met een borstharnas. Links warmen twee mannen zich bij de haard.