Blog: Fietsend door het landschap: op zoek naar het hertogdom en zijn tweeëntwintig steden. Door: Johan Oosterman

Auteurs en redacteuren, die nu werken aan de publicatie Verhaal van Gelderland, nemen u graag mee in hun belevenissen met hun blogs. Hieronder de blog van Johan Oosterman.

Blog: Fietsend door het landschap: op zoek naar het hertogdom en zijn tweeëntwintig steden. Door: Johan Oosterman

Schrijvend aan het Verhaal van Gelderland probeer ik me regelmatig een voorstelling te maken van de middeleeuwse wereld waarmee ik me bezighoud. Dat begint al met de plek waar ik woon, op schootsafstand van de Nijmeegse binnenstad en gelegen op de uitlopers van de stuwwal: hoe zag de stad eruit op ruim een kilometer afstand. Kon je de muren zien, was de toren van de Stevenskerk zichtbaar, hoorde je hier de geluiden van de stad, was het leeg op deze plek of stonden er huizen? Was er een weg of liep je door de velden naar de stad?

Sommige dingen zijn uit te zoeken, andere zaken blijven buiten bereik voor de historicus. De bronnen laten ons in de steek. We kunnen hooguit, op basis van zoveel mogelijk gegevens, proberen ons een voorstelling te maken van hoe het was.

Bij het schrijven aan Maria van Gelre (1380-1429). Sporen in het landschap zocht ik naar wat er nog bekend is over de plaatsen waar een middeleeuwse hertogin verbleef, wat ze er zag, wie ze er ontmoette. Het landschap fascineert me al van jongs af aan: de veranderingen die zich tonen als je er doorheen trekt, de oude wegen die je soms volgt, en het ritme van dorpen, kastelen en herbergen die de reiziger houvast boden. Vanuit die fascinatie ben ik me steeds meer gaan interesseren voor het reizen als zodanig. Met welke middelen reisde men: te paard, te voet, in wagens, over water? Welke routes werden gevolgd: de schaarse wegen die we op oude kaarten zien, wegen en paden die er nu nog zijn? En hoe wist een reiziger waar ze was, waar hij naartoe moest op een driesprong, hoe ver het nog was naar de volgende burcht? Er waren geen knooppuntenroutes, geen stafkaarten en TomTom bestond niet. Wegwijzers moeten er wel geweest zijn, maar hoe zagen ze eruit, wat stond erop, hoeveel kwam je er tegen tussen Arnhem en Hattem?

Participerend onderzoek
Middeleeuwse reizen kunnen we niet nadoen, zelfs niet als we in vreemde kleren op een paard gaan zitten en enkel zandpaden volgen, of als we lopend de pelgrimsreis naar Rome of Santiago de Compostella ondernemen. Toch is het de moeite waard rond te reizen met een oog op de wereld van eeuwen her. Dat bracht me ertoe rond te trekken door het hertogdom Gelre, wandelend en vooral op de fiets, op zoek naar oude wegen en naar het gevoel voor afstanden. Het is  een vorm van participerend onderzoek: met eigen ogen zien en ervaren hoe de wereld van 600 jaar geleden er nu uitziet.

Moet de historicus dan niet strikt bij de feiten blijven, is een terechte vraag: spitten in archieven, lezen in kronieken, zich verdiepen in de bevindingen van archeologen, en dan na een kritische beschouwing van de bronnen met objectieve blik schrijven over de wereld van toen? Ja, dat is één kant van de zaak. Het ambacht van de historicus kent eigen methoden die met zorg gevolgd moeten worden. Maar geschiedschrijving is meer dan alleen maar het presenteren van feiten. Zonder interpretatie zijn feiten betekenisloos en interpretatie is altijd tijdgebonden, sterk bepaald door de vragen van nu, door de rol die geschiedschrijving heeft in het betekenis geven aan ons verleden en aan onze wereld. We lezen het verleden vanuit onze eigen tijd. Uiteraard moet je daarbij op je hoede zijn voor anachronistische vertekeningen, maar je hoeft die eigen tijd met haar eigen vragen, en je eigen positie als historicus, niet te verhullen. Bij het vertellen van verhalen over het verleden is het bovendien nodig een wereld tot leven te wekken, narratieve technieken toe te passen en de kracht van de verbeelding in te zetten.

Mij helpt het om niet alleen uit oude bronnen materiaal te halen voor een verhaal over het hertogdom Gelre, maar om mijn bevindingen te confronteren met wat er nu nog te zien is. Regelmatig gaat het daarbij ook omgekeerd: roepen zaken die je nu vaststelt en ervaart, vragen op over het verleden. Op de Veluwe bij voorbeeld, waar maar schaarse waterbronnen zijn, vroeg ik me af in hoeverre de routes uit het verleden bepaald zijn door die bronnen. En fietsend tussen Pannerden, Herwen en Aerdt, waar goed zichtbaar is hoe de loop van de Rijn telkens veranderde, vroeg ik me af hoe men na een winter vol overstromingen wist waar het veilig was om te gaan, hoe men de nieuwe doorwaadbare plaatsen vond. Op veel van die vragen blijken antwoorden te vinden, soms ook loopt je zoektocht spaak.

Twee jaar geleden, tijdens het erfgoedfestival Gelderland grensland, was er een route uitgezet die over een afstand van 1026 kilometer de grenzen van het oude hertogdom Gelre volgt: de fietser omcirkelt de Veluwe, de Achterhoek, het rivierengebied en het Rijk van Nijmegen en het Gelderse Overkwartier door veelal onbekende streken. Vorig jaar verscheen het boek bij die route: De grenzen van Gelre. Fietsen door historisch landschap, prachtig gemaakt door Iris Dracht en Dolly Verhoeven (en nog verkrijgbaar bij uitgeverij Walburg Pers). Ik heb er verschillende stukken van gefietst, langs het Reichswald naar Goch, langs de zuidgrens van het rivierengebied en langs de grens van Gelderland en Utrecht naar het noorden. Fietsen langs de grenzen is verrassend, maar heeft ook een nadeel: ik wilde ook de Gelderse steden bezoeken en die liggen lang niet allemaal aan de grens.

Tocht langs de steden
Op 3 mei 1418 kwamen tweeëntwintig steden in opstand tegen hun hertog. Ze sloten een verbond, vaardigden een verbondsbrief uit, en eisten betrokkenheid bij het bestuur en bij de opvolging van de hertog indien hij zonder wettig nageslacht zou overlijden (een heel actuele kwestie in die jaren). Dat verbond, en de rol die de steden (samen met 139 edellieden) daarbij speelden, heb ik grondig onderzocht: hoe verliepen de onderhandelingen na die derde mei, hoe reisden bodes tussen de steden op en neer, hoe werd de hertogin, die feitelijk de gesprekspartner van de steden was, op de hoogte gehouden, hadden afstanden betekenis in het proces van diplomatie dat op gang kwam? In elk geval was duidelijk dat in de strenge winter van 1418-1419 reizen vaak onmogelijk was, maar ook dat bodes soms dagen langer onderweg waren vanwege grote hitte. Die tweeëntwintig steden wilde ik beter leren kennen. Ik wilde ze allemaal per fiets aandoen, maar stond me zelf toe een beetje te smokkelen: ik mocht de trein nemen om trajecten te overbruggen die ik al eerder gefietst had. Als ik Zutphen bezocht had, zou ik daarna de trein naar Zutphen mogen nemen om van daar naar Groenlo te fietsen. Ik wilde immers ook tijd overhouden om de steden te bekijken. Daar ging het me namelijk om: het nu en het verleden met elkaar te confronteren. Dat plan met die treinreizen was maandenlang onmogelijk nadat half maart alles anders werd. Toch ging ik op pad en ik gunde mezelf alle tijd. Ik hoefde niet per se in een paar weken of zelfs in enkele maanden die steden aan te doen. Ik ben nu halverwege en verheug me op de steden die nog komen. Over al die steden schrijf ik een blog.

De eerste stad, die eigenlijk weer dorp is geworden, bezocht ik op 20 april. Gendt geeft weinig bloot van zijn middeleeuwse verleden als je het bezoekt. Heel anders is dat bij steden als Zutphen, Doesburg en Zaltbommel. Het boeiendst, zeker met in het achterhoofd dat ik erover wilde schrijven, zijn steden waar ik moest zoeken naar de sporen uit het hertogdom, en waar ik, soms tot mijn grote verrassing, meer tegenkwam dan ik vermoedde. Zo verging het me in Goch en ook wel in Wageningen.

De tocht langs de steden gaat nog wel even door. Eigenlijk wil ik hem dit jaar afronden maar wanneer, net als in 1418, de herfststormen fel zijn en de winter vroeg invalt, moeten Erkelenz en Nieuwstadt misschien wachten tot een nieuw jaar voor ik ze bezoek. Dat ik kom, is wel zeker. Zoals ik de archiefbronnen voor mijn aandeel in het Verhaal van Gelderland grondig doorneem en de literatuur goed wil kennen, zo wil ik de sporen van het hertogdom in onze tijd verkend hebben. In het verhaal dat ik wil vertellen moeten beide lagen zichtbaar zijn.

De blog over de Gelderse Tweeëntwintigstedentocht is te lezen via deze link

Foto’s: Johan Oosterman
links boven: Zaltbommel, vanaf de dijk
links onder: Middelaar, met rechts de boerderij op de plaats waar Huis Middelaar stond en links, aan de overzijde van de Maas, het klooster Sint Agatha
midden onder: De markt van Lochem
rechts boven: Oversteek naar Millingen aan de Rijn
rechts onder: Bij het klooster Graefenthal, mausoleum van Gelderse graven en hertogen