Blog: Glazen armbanden, streekproducten uit de late ijzertijd. Door: Peter van den Broeke

Auteurs en redacteuren, die nu werken aan de publicatie Verhaal van Gelderland, nemen u graag mee in hun belevenissen met hun blogs. Hieronder de blog van Peter van den Broeke.

Blog: Glazen armbanden, streekproducten uit de late ijzertijd. Door: Peter van den Broeke

Al decennia lang is duidelijk dat in het Gelderse rivierengebied omstreeks de laatste twee eeuwen voor het begin van de jaartelling bijzondere sieraden werden vervaardigd: armbanden van diverse kleuren glas. Doordat er – met name door amateurarcheologen – intensief naar is gezocht op akkers en er ook bij reguliere archeologische opgravingen handenvol tevoorschijn kwamen (zie foto), zijn inmiddels enkele duizenden vondsten bekend. Uiteraard betreft het bij zulke breekbare sieraden vooral fragmenten. Het rivierengebied is er extreem rijk aan, hoewel gelegen in de noordwestelijke periferie van het productiegebied. Keltisch Midden-Europa vormde de kern daarvan.

Voor mijn lezing tijdens een previewbijeenkomst in het Land van Maas en Waal in de herfst van 2019, boog ik me nog eens over de inmiddels dichtbezette vindplaatsenkaart van deze sieraden uit de late ijzertijd. Daarbij viel me op dat het grootste deel van het Land van Maas en Waal, dat bestaat uit de gemeenten Druten en West Maas en Waal, feitelijk nog een witte vlek is. En dat terwijl de iets oostelijker gelegen vindplaats Beuningen-De Heuve met 401 exemplaren de kroon spant binnen heel Noordwest-Europa. Wat stak daarachter?

Met een geologische kaart, een hoogtekaart en enkele opgravingsverslagen erbij is het antwoord al gauw gevonden: geologische processen. In het aangrenzende Rijk van Nijmegen was het landschap van stuwwallen, afgespoeld en opgewaaid zand al gevormd aan het eind van de laatste ijstijd, ongeveer 12.000 jaar geleden. Het loopniveau uit de late ijzertijd (250-19 v.Chr.) bevindt zich op veel plaatsen nog steeds nabij het huidige oppervlak, waar de glasfragmenten worden opgeploegd en vervolgens door hun kleurige en glimmende uiterlijk een gemakkelijke ‘prooi’ vormen voor zoekers. Die hebben met name in de regio Wijchen voor een imposante opbrengst gezorgd. Westelijk daarvan zullen de meeste van deze sieraden nog onder het kleidek liggen dat in de loop der eeuwen door de Maas en de Waal op het oude loopvlak is afgezet –  en ons daardoor met een witte vlek op de verspreidingskaart confronteert.

Afbeelding: kaart met vindplaatsen van glazen armbanden in het Midden-Nederlandse rivierengebied; bewerkte uitsnede van figuur 2 in N. Roymans en L. Verniers: Glazen La Tène-armbanden in het gebied van de Nederrijn – Typologie, chronologie en sociale interpretatie, Archeobrief 13/4 (2009), pp. 22-31.

Die conclusie zal ook zwart op wit komen te staan in deel 1 van het Verhaal van Gelderland. Dat begint met de lange periode vóór de Romeinse tijd: de prehistorie, die ik met Roy van Beek en Nico Willemse beschrijf. Met menselijke aanwezigheid mogen we in Gelderland weliswaar al rekenen vanaf minstens 200.000 jaar geleden, maar mijn bijdrage omvat slechts het late deel van de prehistorie (ca. 5000-19 v.Chr.), en dan speciaal die van het rivierengebied. Dat was dan wel de streek die voor de bling-bling van de Gelderse prehistorie zorgde, maar de sieraden kwamen slechts mondjesmaat voorbij de Rijn. Ook in West-Nederland is er maar een handvol fragmenten van glazen armbanden bekend. Dat geeft het idee dat dit (vrouwen)sieraad een gemeenschappelijke socio-culturele identiteit symboliseerde. Uit het aangrenzende zuidelijker gebied kennen we daarentegen wél een aanzienlijk aantal van deze sieraden. En omdat in dezelfde streken tot aan de Rijn een bepaald type gouden Keltische munten is gevonden dat aan de Eburonen wordt toegeschreven, komen zij in onze contreien in beeld als de primaire dragers van deze sieraden.

De Eburonen, met Ambiorix als bekendste leider, worden door Julius Caesar vermeld in zijn beschrijving van de Gallische Oorlog. In 51 v.Chr. wordt deze stam door Romeinse troepen gedecimeerd. Daarmee lijkt ook een ambacht verloren gegaan te zijn, al werden de resterende sieraden nog decennia lang gedragen door degenen die het strijdgewoel hadden overleefd.

De amateurarcheologen die in recente tijd op akkers in het rivierengebied specifiek op zoek gingen naar deze sieraden zijn overigens niet de eersten met een fascinatie hiervoor geweest. In Lent bleken in de vroege middeleeuwen al mensen hen voorgegaan te zijn. Enkele vrouwen in het vroeg-Merovingische grafveld dat daar enkele jaren geleden opgegraven is, bleken een buideltje bij zich te hebben met stukjes glas die mogelijk als amuletten hadden gefungeerd. Het betrof zowel fragmenten van Romeins glaswerk als van glazen armbanden uit de late ijzertijd, al zullen deze vroege bewoners nog geen weet hebben gehad van het verschil in ouderdom…

Afbeelding: fragmenten van glazen armbanden uit een woonplaats uit de late ijzertijd in Lent; Foto: Rob Mols, Bureau Archeologie en Bodemkwaliteit gemeente Nijmegen.