Blog: MuseumNext Tech in Berlijn

Foto: W.M. Blumental Academy of the Jewish Museum Berlin

Door: Maud Heldens

Er gebeurt veel op het gebied van digitale media en technologie in musea. De ontwikkelingen gaan snel en zijn uiteenlopend, uitdagend en spannend. Reden voor de organisatie van Museum Next om een speciale editie te organiseren: Museum Next Tech vond op 30 oktober plaats in Berlijn in het Joods Museum. Als medewerker nieuwe media en publiek ben ik graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen, theorieën, makers, voorbeelden en cases. Zo kan ik in Gelderland erfgoedinstellingen voorzien van informatie en meedenken in het maken van keuzes. Museum Next is een plek waar veel wordt uitgewisseld en waar toonaangevende musea en onderzoekers hun bevindingen presenteren. Dus stapte ik in de IC naar de Duitse hoofdstad. Een verslag over de dag volgt hier onder.

Eindhoven

Marleen Hartjes van het Van Abbe Museum in Eindhoven was als eerste aan het woord. Ze vertelde over het Special Guest Program en de doelstelling van het museum om open te zijn voor iedereen. Dit programma diende onder andere als inspiratie voor het Gelderse project Ieders Museum. Mijn collega’s Ben en Else stimuleren met deze regeling musea, andere doelgroepen te bereiken. Het Van Abbe Museum kon met steun van de Bankgiro Loterij nog een stapje verder gaan: ze haalden een robot in huis. Mensen die niet in staat zijn om het museum te bezoeken (omdat ze ziek zijn, niet mobiel zijn of geen kans hebben om af te reizen naar het museum) kunnen inloggen en een robot besturen. Begeleid door een museumgids, wandelen deze virtuele bezoekers door de zalen. Ze kunnen kiezen waar ze heen willen, bekijken kunst, krijgen uitleg en hebben interactie met medebezoekers. Ter illustratie liet Marleen deze inspirerende video zien. Mooi om te zien hoe gepassioneerd Marleen vertelde over deze innovatieve toepassing, die past bij een museum dat op alle mogelijk manieren ‘open’ wil zijn.

Amsterdam

Peter Gorgels van het Rijksmuseum in Amsterdam was als tweede spreker aan de beurt. Hij vertelde over de Rijksstudio. Geïnspireerd door de ‘open data movement’ kunnen bezoekers op de website van het Rijksmuseum, de collectie in zeer hoge resolutie bekijken. Maar daar blijft het niet bij, bezoekers met een account kunnen eigen verzamelingen aanleggen van favorieten en afbeeldingen downloaden. Het resultaat is dat door deze open data, publiek wordt uitgenodigd items te downloaden en te ‘remixen’. Het Rijksmuseum vindt dat de collectie voor iedereen is, “iedereen is even museumdirecteur”, vertelt Peter. En dat is wat er op het moment gebeurt, bezoekers gaan actief aan de slag met de online collectie en maken nieuwe dingen van de afbeeldingen. Daarnaast heeft de Rijksstudio een open API voor universiteiten, Europeana, Google Arts & CUuture en Wikipedia. Ieder jaar daagt het museum ontwerpers uit voor de Rijksstudio Award: een ontwerpwedstrijd waar collectieitems worden gebruikt voor iets nieuws. De makers, zowel professioneel als amateurs, zijn als het ware de ambassadeurs van de collectie. Peter vertelt dat hij best vaak vragen krijgt, “is hij niet bang voor teruglopende bezoekerscijfers?” en “waarom zouden mensen nog naar het museum komen?” Peter is daar heel duidelijk over: online kennismaken is het begin, maar het is niet het echte werk, “ik vergelijk het altijd met een Louis Vuitton tas, een neppe variant is geen echte, de kennismaking met het echte werk is altijd beter”. Zelf heb ik ook een paar verzamelingen aangemaakt in de Rijksstudio en heb ik wat items geselecteerd voor interieur ideeën. Een mooie tool en toonaangevend in Nederland!

Kopenhagen

Merete Sanderhoff van het Statens Museum for Kunst in Kopenhagen is de volgende spreker. Ze vertelt over het open data GLAM project en Europeana. Dat sluit mooi aan bij het project van collega Michelle, die ook deelneemt aan de Wikipedia GLAM projecten. Merete laat voorbeelden zien van zichtbare resultaten van open data: collectie items die verschijnen in openbare ruimtes. Designers maken sieraden of behang van collectie items. Dit remixen gebeurt, maar de echte uitdaging is: “hoe weten we hoeveel we er echt toe doen en hoeveel indruk maakt het écht?”. Merete vertelt over de vele bezuinigingen en de dalende bezoekerscijfers. Naast alle cijfers, wat kunnen we wel aantonen? Clicks op internet? Met Googele Analytics kunnen we alles meten, maar ook de echte impact? Daarom ontwikkelde Europeana het Impact Playbook. Het boek is net uit en hier te downloaden zodat het meteen te gebruiken is. Wij duiken er de komende weken nog verder in om te kijken wat we hier in Gelderland mee kunnen doen.

Londen

Hilary Knight begint haar wervelende presentatie met de verontschuldiging dat ze iets komt vertellen waar ze eigenlijk niet zoveel over mag vertellen. Het Tate Modern in Londen heeft afgelopen maanden gewerkt aan de VR experience. Het is daarmee het eerste museum in de UK dat een VR experience als onderdeel heeft van een grote tentoonstelling. Hilary vertelt over het uitvoerig testen, de keuze voor de hardware en het partnerschap met HTC Vive, ticketing en de doelgroepen (kinderen reageren anders op VR dan volwassenen). Het doel van de experience is dat de bezoeker kan “connecten” met de kunstenaar Modigliani en in die context iets kan beleven. Dat ‘iets’ blijft dus nog even geheim, maar het prikkelt de nieuwsgierigheid, we volgen het op de voet!

Berlijn

Barbara Thiele is hoofd van de digitale afdeling van het Joods Museum in Berlijn. Samen met haar team is ze verantwoordelijk voor alles wat met digitalisering te maken heeft, zoals bijvoorbeeld de website. Haar belangrijkste uitdaging is: hoe verander je als museum mee met je publiek dat zo veranderd is? Ze stelt dat de digitale bezoeker net zo belangrijk is als de fysieke bezoeker. Ik kan me voorstellen dat dit nog al eens wat discussie oplevert. Zeker ook in Nederland waar de Museum Vereniging alleen de fysieke bezoekers telt. Het Joods museum heeft onder leiding van Barbara, die uit het bedrijfsleven afkomstig is, de website flink aangepakt. Bezoekers kunnen objecten, artikelen, archiefstukken, onderwijspakketten en onderwerpen online bekijken. Daarnaast streamen ze belangrijke evenementen. Barbara licht een tipje van de sluier op van een applicatie in ontwikkeling. Het is een interactieve kaart app, waar je personen, Joodse gebouwen of objecten en verhalen kunt vinden die locatie gebonden zijn. Daarnaast kunnen bezoekers met een account personen op foto’s identificeren en zelf content plaatsen of corrigeren. Het plaatsten gebeurt onder een creative common licence, want niet alles mag en kan online geplaatst worden, hoe graag Barbara dat ook zou willen. Het plaatsen en corrigeren gebeurt op basis van vertrouwen en Barbara geeft toe dat dit het loslaten van controle betekent “het kan zijn dat er even informatie op staat die niet klopt, dit wordt door mede schrijvers of door het team van het museum aangepast”. Het project deed mij denken aan de website mijnGelderland, de presentatie van Barbara neem ik zeker mee naar het team!

Stockholm

Kajsa Hartig van het Nordic Museum in Stockholm deelde met ons de stappen die het museum heeft ondernomen om meer “digital minded” te worden. Ze vindt het belangrijk dat het management van een museum investeert in tijd en training voor het personeel. Vaak hoort het ‘digitale’ bij de afdeling marketing. Maar eigenlijk is het iets wat het hele museum aangaat. Het gaat om het verbinden van de collectie en verhalen met mensen thuis en in huis. Daar is “crossdepartemental thinking” voor nodig. Het is belangrijk dat een museum kan beargumenteren wat er digitaal gebeurt en waarom. De samenwerking met bedrijven vraagt ook vaardigheden, kennis van storytelling en techniek en vraagt ook om tijd en ruimte voor experimenteren. Kajsa is blij dat het museum daar op ingezet heeft en nu bijvoorbeeld op zoek gaat naar “online collecting” van verhalen. Met #openupstockholm en #metoo vroeg het museum het publiek om beelden en verhalen. Dat kan alleen maar door de “digitale mindset” die het museum heeft. De uitdaging voor het museum is nog wel om ook fysiek in het museum te laten zien dat er online en digitaal ook veel gebeurt, daar gaan ze nu aan verder bouwen.

Londen

Phil Stuart werkt bij gamebedrijf Preloaded, hij maakt games over serieuze problemen in de samenleving. Hij gaat uit van “design thinking for the playful age”, dat wil zeggen dat hij problemen laat oplossen op een leuke manier. Rekening houdend met regel nummer 1: “good experiences focus on the audience”. In een super snelle presentatie geeft hij een aantal tips voor het maken van games. Zo is het belangrijk dat het leuk en simpel is met weinig barrières, er moet sprake zijn van feedback en voor kinderen moet het snel zijn. Maak gebruik van bekende techniek, zodat iedereen er mee uit de voeten kan. Ook falen is leren, stelt Phil, dus ga dat niet uit de weg. Geef de speler het gevoel dat hij “brilliant” is. Zorg dat er snel, veel bereikt kan worden en beloon het werk. Fysiek werken is voor leren heel belangrijk, zorg er dus voor in een game dat er ontdekt kan worden. Phil liet een aantal digitale spellen zien die hij maakte voor (voornamelijk) technologie musea. Ik deel de overtuiging van Phil dat leren best “playful” kan en mag zijn, maar het hoeft niet digitaal. Samen met een aantal erfgoedinstellingen in Gelderland heb ik een aantal ‘games’ gemaakt, allemaal analoog en fysiek, en de principes zijn nagenoeg hetzelfde.

Milaan

De laatste presentatie werd gegeven door het Italiaanse duo Giuliano Gaia en Stefania Boiano. Zij bedachten een Chatbot Game voor diverse “house musea” in Milaan. Ze stonden voor de uitdaging om iets te maken voor jongeren. Het moest iets zijn dat in alle huis-musea gebruikt zou moeten worden, passend bij de doelgroep. Het duo begon met het écht leren kennen en begrijpen van de doelgroep, door middel van observaties en één op één gesprekken. Uit hun onderzoek blijkt dat jongeren houden van uitdagingen en competitie, graag samenwerken, geen app willen downloaden of hun kostbare data en ruimte op de telefoon willen gebruiken, houden van online chatten en snel en ongeduldig zijn. Sommige jongeren willen meer weten en sommige van willen alleen plezier maken. De oplossing werd een Chatbot Game. Daarbij maken spelers gebruik van het chatplatform van Messenger van Facebook. Het resultaat is een “treasure hunt” in de musea, die ze met elkaar verbinden met een verhaal. De leerlingen proberen raadsels en mysteries op te lossen met elkaar en met de chatbot. Teams strijden tegen elkaar en in de tussentijd bekijken ze de huizen en de objecten. Ik vond het mooi om te zien dat de ontwikkelaars gebruik maken van een bestaand platform, met bestaande software die bekend is bij de doelgroep. De ware investering was het bedenken van de gameplay en de content van de zoektocht. Het ontwikkelen van digitale toepassingen is vaak kostbaar. Daarom probeer ik altijd te kijken of er gebruik gemaakt kan worden van bestaande platformen en techniek. Zodat de aandacht komt te liggen op de content, op een goed verhaal of een spannende, uitdagende opdracht.

Terug in Gelderland

Het was een hele leerzame dag. Inspirerend om te zien wat er op andere plekken gebeurt en met welke vragen en dilemma’s musea bezig zijn als het gaat over techniek, open data en nieuwe media. Met een tas vol inspiratie stapte ik in de trein terug naar Gelderland. Ook hier gebeurt veel, met grote en kleine budgetten, grote en kleine stappen, verkenningen of grote projecten, met game en app bouwers of met gratis platforms, noem maar op! Ben je zelf ook bezig met deze onderwerpen, of wil je er meer over weten of een keer sparren over de mogelijkheden, dat kan ik kom graag langs om kennis te delen! Tschüss und bis bald!

Foto: W.M. Blumental Academy of the Jewish Museum Berlin.